De stille paradox: mensen worden slimmer, organisaties niet.
Er zijn vorige week twee berichten verschenen die je naast, of eigenlijk over elkaar, moet leggen. Niet omdat ze over hetzelfde gaan, maar omdat ze samen iets blootleggen wat ik ook eerder al beschreef:
We zijn collectief individueel bezig om harder te roeien. Sneller, efficiënter, met betere tools. Maar de organisatorische opbrengst blijft achter.
Er ontstaat een kloof.
Mensen worden productiever. Organisaties worden het niet.
Dit weekend las ik de beschouwing van Marco Derksen op Het Gallup State of the Global Workplace 2026-rapport . Een rapport gebaseerd op onderzoek onder werknemers in meer dan 160 landen, beschrijft wat men de productiviteitsparadox van AI noemt.
65% van de werknemers in organisaties die AI hebben ingevoerd, zegt dat het hun persoonlijke productiviteit verhoogt. Toch geeft maar 12% aan dat AI de manier van werken binnen hun organisatie écht heeft veranderd. De conclusie die Gallup trekt is helder: de opbrengst van AI is vooralsnog vooral zichtbaar op individueel niveau en vertaalt zich nauwelijks naar het geheel.
Mensen worden productiever. Organisaties worden het niet.
Gallup gebruikt ‘Employee Engagement’ om dit te meten; de betrokkenheid en het enthousiasme van medewerkers bij hun werk en hun werkplek. Medewerkers raken betrokken (engaged) wanneer aan hun basisbehoeften wordt voldaan, ze kunnen bijdragen, een gevoel van verbondenheid hebben, en kansen krijgen om te leren en te groeien.
Gallup onderscheidt drie categorieën in betrokkenheid:
Engaged – deze medewerkers floreren op het werk. Ze zijn sterk betrokken en enthousiast, voelen zich als het ware “eigenaar” van hun werk, stimuleren prestaties en innovatie, en bewegen de organisatie vooruit.
Not engaged – zij “quiten quietly”. Ze zijn psychologisch losgemaakt van hun werk en bedrijf; ze steken er tijd in, maar geen energie of passie.
Actively disengaged – zij “quiten loudly”. Ze zijn niet alleen ongelukkig, maar ook ressentiment over het feit dat hun behoeften niet worden vervuld, en ondermijnen actief wat hun betrokken collega’s bereiken.
Hoe meten ze het?
Gallup meet dit via de zogenaamde Q12, een vragenlijst van 12 stellingen. Hierbij worden medewerkers gevraagd stellingen te beoordelen op een schaal van 1 (strongly disagree) tot 5 (strongly agree).
De 12 vragen gaan over zaken als: weet ik wat er van me verwacht wordt, krijg ik erkenning, heb ik een beste vriend op het werk, draagt mijn werk bij aan iets wat er toe doet, en heb ik kansen om te groeien.
Gallup wijst ook op de sleutelrol van leidinggevenden in dit soort transformaties, maar precies die groep staat zelf ook onder druk. De betrokkenheid van managers daalde van 31% in 2022 naar 22% in 2025, waarmee het ‘engagement-voordeel’ dat managers traditioneel hadden op hun medewerkers vrijwel is verdwenen.
En breder: wereldwijd is nog maar 20% van de werknemers ‘engaged’ in zijn of jaar werk. In Europa slechts 12%.
Marco Derksen vat het in zijn analyse scherp samen: “AI op zichzelf is geen oplossing. De doorslaggevende factor ligt in hoe werk wordt georganiseerd en aangestuurd. Zonder aandacht voor leiderschap, betrokkenheid en organisatieontwerp blijven de effecten van technologische investeringen beperkt.”
Niet de technologie staat centraal, maar de vraag of mensen er mee kunnen werken
Dan was er het tweede bericht, dat op het eerste gezicht weinig met Gallup te maken heeft. Maar wat, als je het goed leest, bij nader inzien precies dezelfde conclusie trekt.
De Europese Commissie heeft via uitvoeringsagentschap HaDEA vorige week een subsidiecall gepubliceerd van €7,8 miljoen. Dat bedrag is niet bedoeld voor de zoveelste tech-pilot of gelikte slidedeck of demo. De Commissie kiest voor iets minder glanzends maar waarschijnlijk veel belangrijkers: mensen op de werkvloer van de zorg. Deze subsidie draait expliciet om het vergroten van de AI-gereedheid van zorgorganisaties en hun personeel, door consortia van hogescholen, ziekenhuizen, onderzoeksinstellingen en trainingsorganisaties te financieren die samen programma’s bouwen om AI bruikbaar te maken in echte zorgomgevingen.
Niet de technologie staat centraal. Maar de vraag of mensen er in de praktijk mee kunnen werken.
Wie de output controleert, wie fouten herkent, wie weet wanneer een model níét te vertrouwen is, en wie een nieuwe tool weet in te passen in een bestaand werkproces zonder extra chaos of risico te creëren.
Een subsidie om er voor te zorgen dat mensen, als onderdeel van een organisatie, effectiever met tools als AI om kunnen gaan. Waardoor hun betrokkenheid vergroot wordt. Alsof Brussel het Gallup-rapport gelezen heeft, zou je bijna zeggen.
Dat is namelijk precies de paradox die Gallup beschrijft en die Marco Derksen benoemt: organisaties proberen nieuwe technologie toe te passen binnen bestaande structuren van functies, afdelingen en hiërarchie, waardoor verbeteringen lokaal blijven en nooit opschalen. AI helpt de individuele medewerker, maar de organisatie als geheel beweegt niet mee. De oude structuren zijn dominant.
En zolang leidinggevenden overbelast zijn, betrokkenheid daalt en werk niet opnieuw wordt georganiseerd vanuit wat mensen nodig hebben om het goed te doen, blijft technologie een hulpmiddel op individueel niveau.
En dan geldt ‘NT + OO = DOO’, oftewel Nieuwe Technologie in een Oude Organisatie is een Dure Oude Organisatie’
Intrinsieke betrokkenheid
In de zorg is die paradox misschien wel nog scherper voelbaar dan andere sectoren, omdat daar intrinsieke betrokkenheid in principe groter is.
Voor de verpleegkundige die zelf een manier vindt om AI te gebruiken in haar werkdag, maar wier organisatie er geen beleid, structuur of strategie voor heeft. De arts die zijn eigen Claude-workflow bouwt, buiten het zicht van de organisatie, omdat hij/zij wil versnellen in plaats van verzanden in de oude structuren. En voor de bestuurder die investeert in een tool, maar vergeet te investeren in de mensen die hem moeten gaan gebruiken. Het ontbreekt aan kader om die individuele betrokkenheid onderdeel te maken van het grotere geheel, van de organisatie.
Dat is geen technologieprobleem. Dat is een leiderschaps- en organisatievraagstuk.
En de boodschap van zowel Gallup als Brussel is dat de tijd om dat vraagstuk te omzeilen, voorbij is. Dat het tijd is om te zorgen dat niet alleen mensen productiever worden, maar dat ook organisaties anders gaan werken.
Dat geeft hoop. Niet omdat subsidies en onderzoeksrapporten de zorg verbeteren, maar omdat het signaleert dat het gesprek aan het kantelen is. We gaan van “Hebben jullie ook AI-tool?” naar “Hoe is de werkvloer ingericht om ermee te werken, en wie draagt daar de verantwoordelijkheid voor?”
Dat is precies het gesprek dat de zorg wellicht al langer had moeten voeren.
Technologie verandert de zorg. Maar de mensen die er op de werkvloer mee moeten werken, én de organisaties die hen daartoe serieus in staat stellen, maken het verschil.
Gallup: de menselijke kant van de AI-revolutie — Marco Derksen, april 2026
EU trekt €7,8 miljoen uit voor AI-training in de zorg — april 2026




