Het bankje, de boomstronk, en het schurende gevoel van niets doen
Normaal schrijf ik op Ruisloos over digital, AI, zorg, transformatie en alles er omheen. In de zomervakanties is het tijd voor een hele andere invalshoek.
“Hoe gaat met je?” vroegen we elkaar in de vriendengroep, toen we elkaar weer zagen. Het gemiddelde antwoord varieerde licht in de mate waarin de gebruikte bijwoorden het bijvoeglijk naamwoord ondersteunden, maar dat woord was bij vrijwel iedereen hetzelfde; druk.
Instemmend geknik alom. Want druk is goed. Druk betekent dat je belangrijk bent, want je hebt veel te doen. Je bent onmisbaar. Immers, ontzettend druk. Druk is ook iets wat je kunt cultiveren; je kunt te druk zijn voor je mailbox, waarbij je dan kunt vertellen dat je die door een AI-agent laat opschonen. Dan ben je efficiënt bezig, en heb je de ruimte om nog drukker te zijn met druk zijn. Tot je opbrandt. En je ineens niet meer weet hoe rust er uit zag.
Daarom breek ik graag een lans voor het tegenovergestelde. Wees niet druk, maar juist heel iets anders. Wees zo nu en dan verveeld.
Allereerst; je het hoofd kunnen breken over het nut van verveling versus de overzichtelijkheid van drukte, is absoluut een luxe probleem. I know. Net als het kunnen dromen (of drammen) over ‘iets met je handen willen doen’. Beiden typisch een teken van welvaart. Of, zoals Jona van Loenen het treffend zei in zn ‘Vastgetekend iets met je handen willen doen’: De trage, weelderige, heerlijk vrijblijvende vraag naar een ander leven is enkel voorbehouden aan mensen wier huidige leven comfortabel genoeg is om eraan te willen ontsnappen.
Terug naar jezelf vervelen: Verveling is functioneel, maar wel vervelend. Het voelt onaangenaam, een beetje ongemakkelijk. Het schuurt een beetje. En dat heeft ook een reden; verveling vraagt je eigenlijk om actie, om nieuwe activiteiten, nieuwe doelen. Het voorkomt dat je blijft hangen in je passieve houding, in dooddoenend tijdverdrijf zoals doomscrollen door je diverse feeds.
En toch. Ondanks dat ik dat weet, grijp ik zelf ook wel eens naar mijn telefoon zodra dat schurende gevoel opkomt. Alsof verveling iets is wat weggewerkt moet worden, in plaats van iets wat er even mag zijn.
Mogelijk is dat ook de paradox met de huidige tijd. We weten dat verveling ons iets oplevert, maar toch doen we ons uiterste best om het te vermijden.
Nu heeft verveling op zichzelf niet per se nut. Maar het heeft zeker zin om soms even uit het raam te staren, met die wazige blik in je ogen die net niets ziet. Het nut zit namelijk in wat je hoofd met dat moment van verveling doet. Of eigenlijk: in wat er magisch als vanzelf gebeurt als je het toelaat: Je brein, die grijze massa die al scrollend niet de kans krijgt om op standby te gaan, is dol op verveling en gaat aan de slag.
Als externe prikkels wegvallen, schakelt je brein over naar het Default Mode Network (DMN). En dan ontstaat er een complexe dans van allerlei gebieden in je hersenen. Nu zijn er vast allerlei hersenwetenschappers die dat nog veel toffer kunnen vertellen, maar in de basis komt het er op neer dat allerlei losse ideeën, indrukken en herinneringen opnieuw aan elkaar worden gelinkt en worden verbonden, wat de basis is voor creatief en divergent denken.
Sterker nog; wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat deelnemers die eerst een saaie taak deden, daarna beter scoorden op creatieve, divergente denktests (Mann, S., 2024, ‘Does being bored make us more creative’).
Dus je zit even voor je uit te staren, voelt het ongemak, en komt dan al dromend tot nieuwe ideeën. Andere plannen, slimmere invalshoeken. Sterker nog, verveling voor kinderen is belangrijk om op die manier hun ‘verbeeldings-spier’ te trainen en hen te helpen om eigen spel te ontwikkelen.
En als je nu je gekoesterde moment van verveling optimaal wil benutten, zorg er dan voor dat je niet in de leegte staart, maar naar natuur. Wederom wijst wetenschappelijk onderzoek uit dat staren naar (groene) natuur je hersenen ontspant op 2 manieren: je hersenen hoeven minder te filteren (cognitieve rust), en je lichaam registreert de omgeving als veilig, wat een directe stressverlagende reactie oproept. Daarmee heb je een dubbel effect: even naar buiten staren en je een kort moment vervelen, geeft rust en ruimte voor andere, nieuwe en creatieve ideeën.
De volgende keer dat je je druk maakt, of denkt dat je druk bent, weet je wat je te doen staat. Een bankje in een park, een boomstronk in het bos, en dat ietwat schurende gevoel van ‘Wat zal ik nu eens doen’ leveren als vanzelf het antwoord op je vraag.
Daar hoort wel een kanttekening bij: het is functioneel om je gedachten te laten dwalen, maar laat ze niet blijven hangen in zorgen. Dat is geen verveling meer, dat is piekeren. En van piekeren wordt niemand creatiever.
Mijn antwoord in die vriendengroep was niet dat ik druk was. Ik heb veel te doen, maar ik heb ook vaak bewust niets te doen. Ik ben veel binnen, maar ook veel buiten. Zo kun je ruimte maken om ruimte te creëren. En je vervelen. Dat geeft rust, ook in drukte.





Mooi beschreven. Ik zie ook dat je het daadwerkelijk toepast. Je foto's al dan niet met je hond in de natuur vertellen dat jij je regelmatig positief verveelt.
Ik denk dat bij jou je verveling al veel heeft gegeven, zowel privé als beroepsmatig bij BeterDichtbij