Ik had Bixonimania. Of toch niet?
Bixonimania bestaat niet. Maar het vertrouwensprobleem wel.
Onlangs had ik last van mijn ogen. Je kent het wel… (te) veel schermtijd, te weinig slaap, de gebruikelijke cocktail van een drukke week. En zoals dat tegenwoordig gaat: je typt je klachten in, je vraagt een AI om duiding of krijgt die ongevraagd na je zoekopdracht in Google, en voor je het weet zit je diep in een konijnenhol van medische informatie die precies bij je symptomen past. Na 2 alinea’s ben je zo goed als terminaal ziek.
Ik beschreef mijn klachten: Een licht branderig gevoel, vermoeidheid rondom de ogen, lichtgevoeligheid tegen het einde van de dag.
En wat terugkwam was gedetailleerd, goed geschreven en (als ik de bronnen moest geloven) wetenschappelijk onderbouwd. De AI legde uit dat mijn klachten mogelijk wezen op bixonimania, een opkomende aandoening die wordt gelinkt aan langdurige blauwlichtblootstelling. Er waren verwijzingen naar onderzoek. Een beschrijving van het mechanisme. Suggesties voor vervolgstappen.
Ik las het twee keer, het zag er echt uit. En ja, dacht ik: logisch eigenlijk, al die schermen. Ik geloofde het.
Tot ik toch iets verder zocht. En toen ontdekte dat bixonimania volledig verzonnen is. Het bestaat niet, en heeft nooit bestaan. Bedacht door onderzoekers die bewust nep-papers publiceerden om te testen hoe AI omgaat met medische desinformatie.
En de conclusie was vrij duidelijk: AI pikt die desinformatie op als feit en presenteert het aan gebruikers als echte medische informatie. Volledig overtuigend, compleet met de toon van een arts die weet waar hij het over heeft.
Onderzoekers hadden de ziekte zelf bedacht: ze publiceerden bewust nep-papers, ogenschijnlijk wetenschappelijk, professioneel opgemaakt, voorzien van referenties. En AI-chatbots pikten het op. Presenteerden het als feit.
En er was nog iets opmerkelijks: Uit hun onderzoek blijkt dat AI vaker hallucineert als tekst eruitziet als een medisch document: als een klinisch rapport, een ontslagbrief, een wetenschappelijk artikel. Deze uitstraling wordt dan meer waarde toegekend dan wanneer dezelfde informatie van sociale media afkomstig is. Hoe professioneler de verpakking, hoe groter het vertrouwen van de AI.
De vorm overtuigt. Ook als de inhoud niet klopt. Je zou bijna het vergelijk met politiek maken.
Nu even een stap naar het landschap in Nederland, want deze discussie is natuurlijk al zo oud als Dr Google. En als iemand dat weet, zijn het de expert van Thuisarts.
Voor degenen die het niet weten: Thuisarts wordt gemaakt door meer dan zestig mensen, waaronder artsen, onderzoekers en data-experts, om zo één plek te hebben waar iedereen betrouwbare informatie over gezondheid en ziekte kan vinden. De informatie komt rechtstreeks uit de richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genootschap en de Federatie Medisch Specialisten. Als een richtlijn verandert, verandert Thuisarts mee. Patiënten werken via de Patiëntenfederatie actief mee aan de inhoud.
Een dergelijke vertrouwd en eigen kanaal is een fundamenteel ander vertrekpunt dan een Amerikaans techbedrijf dat medische informatie aanbiedt op basis van wat er op het internet staat.
En precies daarom is het goed nieuws dat Thuisarts nu een eigen AI-assistent ontwikkelt: voor de zomer van 2026 start een grote test. Directeur Swanet Woldhuis was in haar eerdere opinie stuk in Trouw helder over de urgentie: Amerikaanse chatbots (zoals ChatGPT Health) komen eraan, hun antwoorden zijn niet altijd gebaseerd op getoetste bronnen, en ze zijn niet toegesneden op de Nederlandse context. Terwijl meer dan 230 miljoen mensen wereldwijd wekelijks medische vragen aan ChatGPT stellen. Zonder enig zicht op wat er terugkomt, en hoe (on)waar dat is.
Het Bixonimania-experiment en het Thuisarts-initiatief samen vertellen één verhaal: vertrouwen in output van AI is niet vanzelfsprekend of altijd juist. Het begint namelijk bij de kwaliteit van hetgeen ‘erin’ gaat. Bij de bron die de informatie levert. En bij de mens die beoordeelt wat eruit komt, en daar waarde aan toekent.
De specialist die vroeger zuchtte als je met een Google-uitdraai binnenkwam, heeft nu dus een groter probleem. Niet die patiënt die zelf opzoekt. Maar het feit dat wat hij of zij opzoekt er steeds geloofwaardiger uitziet, en dat steeds minder makkelijk te controleren is (en mogelijk steeds vaker niet juist is).
Daarom wordt de waarde van gevalideerde en betrouwbare content alleen maar groter. En nu, omdat ik in mn vorige artikel ‘Nieuwe Intelligentie. Oude deuren’ beschreef dat een interface belangrijk is, maakt Thuisarts volgens mij de juiste stap om die ook aan te bieden in een vorm die past bij de tijd van nu: Ze lanceerden een nieuwe app en stoppen hun AI-agent in een GPT.
Om te zorgen dat dit slaagt, en Bixonimania en alle varianten geen kans krijgen, zullen we met elkaar wél moeten zorgen dat we initiatieven als Thuisarts de juiste waarde toekennen in het landschap. Dat ze breed ondersteund worden in het beschikbaar blijven houden van dit soort content, ook in moderne vormen.
Want we zijn in Nederland maar wat trots op dit soort successen, maar omgekeerd enorm slecht in het langdurig (en breed) ondersteunen van dit soort maatschappelijke relevante initiatieven. Ook zij hebben namelijk een ‘sustainable businessmodel’ nodig om in de toekomst waarde te kunnen blijven toevoegen.
Technologie verandert de zorg. Maar mensen én betrouwbare informatie, in dit geval van de de artsen, onderzoekers en patiënten die samen Thuisarts bouwen, maken daarin uiteindelijk het echte verschil.







