Nieuwe intelligentie. Oude deuren.
Nieuwe intelligentie heeft weinig zin als die de oude logica in stand houdt. Als het die oude deur gebruikt als ingang
Ik denk namelijk dat de waarde van technologie veel groter wordt als we nieuwe intelligentie op de beste plek en de beste manier inzetten, en zorgen dat zoveel mogelijk gebruikers er zo eenvoudig mogelijk gebruik van kunnen maken.
Data en interface
Veel systemen in de zorg (in Nederland) zijn gebouwd in een tijd dat LinkedIn nog een nieuwigheid was. Niet omdat zorgorganisaties achterliepen, maar omdat ze destijds het beste deden wat mogelijk was: ze bouwden systemen die registreerden, archiveerden en toegang gaven aan de mensen die zorg leverden.
Die systemen zijn er nog steeds. En ze zijn in de loop der jaren uitgegroeid tot iets wat je alleen maar kunt bewonderen om de complexiteit. En vrezen om dezelfde reden. Het EPD, ECD of HIS is niet alleen een dossier; het is tegelijk de database, de interface, de workflow, de communicatietool en het archief. Alles in één. Data en interface zijn er onlosmakelijk mee verweven, als draden die zo lang samen zijn opgesponnen dat niemand meer weet waar de een eindigt en de ander begint.
Het gevolg is even voorspelbaar als frustrerend. Wil je een nieuw inzicht toevoegen, een AI-module, een slimme samenvatting, een predictief model, dan moet je vaak door de voordeur van het bestaande systeem. En die voordeur is smal, oud, en ontworpen voor een wereld die er niet meer zo uitziet. Sure, een likje verf doet wonderen, maar het blijft de oude deur.
De data zit daarmee opgesloten in de interface. En de interface is gebouwd voor de zorg van 5 of 10 jaar geleden. Da’s een hele tijd geleden…
Satya Nadella, CEO van Microsoft, legde enige tijd geleden in een podcast de vinger op precies deze wond, al had hij het het niet specifiek over de zorg maar over de gehele wereld van (bedrijfs)software. Zijn diagnose was helder:
“The business logic is all going to these AI agents. They’re not going to discriminate between what the backend is — they’ll update multiple databases, and all the logic will be in the AI tier.”
Wat hij beschrijft is een fundamentele ontkoppeling. De intelligentie (de logica, de beslissingsondersteuning, de regels) hoeft niet meer ingebakken te zitten in één systeem achter één interface. Die logica verhuist naar een aparte laag, bijvoorbeeld aangestuurd door AI. En die laag communiceert met de mens via welke interface het beste werkt voor die mens, op dat moment. Niet via de interface die toevallig is meegeleverd met het systeem.
In Nadella’s wereld zijn data en intelligentie losgemaakt van de interface. Het EPD, ECD of HIS wordt een database. De interface, of AI, wordt de laag daarboven. En de interface, de manier waarop een zorgverlener dat alles ervaart, wordt iets wat je kunt ontwerpen voor de mens die het gebruikt, in plaats van voor het systeem dat het beheert.
Dat klinkt best revolutionair.
De interface als obstakel
Maar zelfs áls dat zo werkt, en die infrastructuur er is, blijft er een tweede probleem bestaan. Een probleem dat Ethan Mollick, een van de scherpere denkers over AI op dit moment, vorige week beschreef in zijn Substack (‘Claude Dispatch and the Power of Interfaces’): de interface zelf is een obstakel.
Onderzoek toont aan dat mensen een meetbare mentale belasting ervaren door de manier waarop ze nu AI benaderen, niet door de complexiteit van het werk zelf. Een chatbox vraagt om tekst. De AI antwoordt met een muur van alinea’s. De gebruiker raakt het spoor bijster. De AI spiegelt de chaos terug. En zo versterken mens en machine elkaar in een neerwaartse spiraal..
De mensen die hier het hardst door worden geraakt, zijn precies de mensen die het meest van dit soort technologie zouden kunnen profiteren. Niet de ervaren gebruiker die weet hoe hij een goede prompt schrijft. Maar de verpleegkundige die midden in een dienst een snelle samenvatting nodig heeft. De huisarts die tussen twee consulten door een vraag wil stellen. De specialist die geen tijd heeft om een systeem te leren dat niet is gebouwd voor zijn werkdag.
De conclusie van Mollick is vrij simpel: AI is goed genoeg. Maar de interface waarin deze beschikbaar is gemaakt, is vaak het probleem.
Vertrouwd beeld
Mollick wijst in datzelfde stuk op iets wat mij wel vaker, of misschien al jaren, bezighoudt. De doorbraak van AI zit volgens mij namelijk niet in de meest geavanceerde interface, maar juist in de meest vertrouwde.
Tools als Claude Dispatch van Anthropic en het razendsnel groeiende open-source platform OpenClaw kiezen bewust voor messaging als interface. Geen nieuw scherm. Geen nieuw systeem om te leren. Maar de vorm van WhatsApp, Telegram, Slack; de apps die mensen toch al de hele dag in hun hand hebben. Je stuurt een bericht. De AI gaat aan de slag op je computer, in je bestanden, dwars door je systemen heen. En jij krijgt een antwoord terug in de app, of vorm, die je goed kent.
De doorbraak van technologie zit niet in de meest geavanceerde interface, maar juist in de meest vertrouwde.
Het idee is even simpel als krachtig: als de interface vertrouwd voelt, verdwijnt de drempel. En als de drempel verdwijnt, kun je de kracht van de technologie gebruiken.
Voor de zorg is dat geen detail. Het is een ontwerpprincipe wat we bij BeterDichtbij als geen ander kennen.
Want iedereen kent het ‘gevoel’ van messaging: De huisarts, de specialist, de verpleegkundige, alle patiënten, iedereen. En door dicht bij die interface te blijven, verlagen we de drempel om nieuwe technologie te omarmen.
Wat betekent dit voor de zorg? En voor de digitale tools die nu op de markt komen?
Het betekent allereerst dat we moeten stoppen met het toevoegen van intelligentie of AI-lagen bovenop systemen die nooit zijn ontworpen om ze te dragen. Wie intelligentie bouwt op een infrastructuur waar data en interface vergroeid zijn, bouwt op drijfzand. De intelligentie of AI kan nog zo goed zijn, als hij door de verkeerde deur naar binnen moet, komt hij niet verder dan de drempel.
Het betekent ook dat de interface een zelfstandig ontwerpvraagstuk is. Niet iets wat je erbij bedenkt als de technologie klaar is, maar iets wat je ontwerpt vanuit de mens die er dagelijks mee werkt. Een belangrijk startpunt. De verpleegkundige die inspreekt in plaats van typt. De patiënt die zijn eigen uitslag begrijpt omdat de interface hem helpt in plaats van overweldigt; bijvoorbeeld omdat het ‘conversational’ wordt aangeboden.
Je houdt in het bouwen van de interface rekening met wat men al kent, tools die men vertrouwd en gewend is te gebruiken. En dan biedt AI de mogelijkheid om dat te doen met begrip van, bijvoorbeeld, context of dialect.
Het betekent, en dit is misschien wel de grootste kans, dat we in de zorg eindelijk kunnen beginnen te bouwen wat al zo lang wordt beloofd maar nooit is gerealiseerd: systemen die draaien om de patiënt en de zorgverlener, in plaats van om de instelling die ze ooit heeft aangeschaft.
De infrastructuur als fundament. De AI als intelligentielaag. De interface als vertrouwd en menselijk ontwerp.
Technologie verandert de zorg. Maar alleen als we stoppen met de nieuwe wereld door die oude deur te bekijken.
Lees ook:






