Vorige week maandag zat ik netjes op tijd weer achter mijn laptop, terug van drie weken kampeervakantie. Om vier uur 's middags had ik geen idee waar die dag gebleven was. Terwijl ik die drie weken ervoor dag voor dag kon navertellen.
Veel van jullie zijn inmiddels ook terug van vakantie. Een vakantie die over het algemeen, voor veel mensen, zo’n 3 weken duurt. Sowieso heb je al 13,7 dagen nodig om bij te komen, en daarna begint de fijne periode van lichte verveling.
Wat opvalt aan een dergelijke vakantie is niet dat je even weg bent. De vakantie is iets wat je zorgvuldig gepland hebt. Je hebt agenda’s naast elkaar gelegd, bestemming gekozen, etc. Je hebt dus een idee van hoe die weken eruitzien voordat ze beginnen.
Maar stel nu dat iemand je diezelfde drie weken teruggeeft, alleen dan verspreid over het jaar. Twintig minuten na een spreekuur, een half uur op een dinsdagmiddag, werktijd die zomaar vrijkomt.
Zou je dan ook zo goed weten waar die tijd heen gaat?

Voor bijna de helft van de Amerikaanse zorgprofessionals is dat inmiddels een actuele vraag. Uit de Future Health Index 2026 blijkt dat 49 procent van hen minstens 132 uur per jaar bespaart door AI, ruim drie werkweken die niet meer opgaan aan administratie en routinewerk.
Erg mooi natuurlijk, maar alleen weet je daarmee nog steeds niet waar die 132 uur vrijgekomen tijd blijft. Ik schreef eerder namelijk over waarom efficiëntie als einddoel een organisatie ‘leeg’ maakt, dus waar de vrijgekomen ruimte vervolgens heen gaat is zeer relevant.
De cijfers uit de Future Health Index 2026 geven daar nu een antwoord op: 48 procent van de artsen die tijd bespaart, zegt dat die leidt tot grondigere gesprekken met patiënten. Meer dan een derde ziet meer patiënten, gemiddeld vijf extra per week.
Dat is geweldig nieuws natuurlijk. Zo haal je het werk rondom het werk weg, en houdt de zorgverlener ruimte over voor het werk wat er toe doet.
Maar lees die eerste zin nog eens goed. Achtenveertig procent!
Iets meer dan de helft van de zorgverleners die tijd bespaart, gebruikt die tijd dus voor iets anders dan ‘betere gesprekken’ of ‘meer patiënten’ zien.
Nu zegt het onderzoek daar zelf verder niets over, dus het is speculeren wat er precies in de praktijk gebeurt. Ik vermoed dat een flink deel opgaat aan een ander soort administratie, want als je één stapel wegwerkt ligt de volgende al klaar. En de rest verdwijnt dan in wat er toch al te veel was: een vergadering of werkgroep, uitloop.
Kader: wat de EPD-logs zeggen
In april 2026 werd er een onderzoek gepubliceerd in JAMA onder 1.800 clinici in vijf academische medische centra. Dit onderzoek mat de tijdwinst niet via zelfrapportage maar via wat het EPD registreert. De uitkomst daarvan: dertien minuten minder tijd in het dossier en zestien minuten minder documentatietijd per acht uur patiëntenzorg. Het werk buiten kantooruren nam niet af.
Bron: AI scribes deliver modest time savings, but still boost clinician experience
En dat is het verschil met die vakantie. Die drie weken in juli heb je zelf uitgezocht, maandenlang, met agenda’s naast elkaar en een stevige discussie over de bestemming. Maar wat doe je nu precies met die 3 weken die druppelsgewijs vrijkomen? Aan wie komt die besparing ten goede?
Niet alle vrijgekomen tijd hoeft 1-op-1 te leiden tot invulling. De verpleegkundige die dankzij AI twintig minuten overhoudt, en die twintig minuten door haar teamleider meteen weer volgepland ziet, heeft per saldo niets gewonnen. De winst zit in wat die gewonnen tijd mogelijk maakt. Zoals minder druk, meer werkplezier. Je wil juist ruimte overlaten waar niets mee hoeft: lummelruimte, tijd om diep adem te halen en uit het raam te turen.
Dus bij de resultaten uit dit soort rapporten hoort eigenlijk een andere vraag: als de tijd er eenmaal is, wie beslist dan waar hij naartoe gaat?
De organisatie? Of de verpleegkundige zelf, die weet welk gesprek er al te lang niet gevoerd is?
Over je zomervakantie beslis je zelf. Maar over die andere drie weken waarschijnlijk niet.
Elke dinsdag schrijf ik hier over wat er echt gebeurt als technologie de zorg in komt. Niet vanaf de zijlijn, maar vanuit de vergaderzalen waar het vastloopt en af en toe lukt.



